Het vierde Droeve Mysterie
De Kruisdraging

Type kunstwerk: schilderij

Vierde Droeve Mysterie: De Kruisdraging, Antoon Van Dyck

Kunstenaar: Antoon Van Dyck (1599-1641)

Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA): p. 63-66:

Er wordt wel eens geopperd dat Antoon Van Dyck pas op 11 februari 1618 vrijmeester van de St.-Lucasgilde werd. Nochtans is bekend dat hij minstens sinds 1616 een eigen atelier had en voor eigen rekening opdrachten vervulde. Maar het is goed mogelijk dat de opdracht aanvankelijk aan Rubens werd toevertrouwd, en dat deze laatste ze aan Van Dyck doorgaf.

SIRJACOBS 2001:

Eén van de eerste werken van Van Dyck

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso, The young Van Dyck, Londen, 2013: p. 149:

From very early on, the painting was reproduced in prints which identified it as the work of Van Dyck. It was therefore included in the first biographies of the artist and in the historical guide to Antwerp, which generally held it to be one of his earliest works. (LARSEN 1975, p. 48; DE WIT 1748: p. 55-57; MENSAERT 1763, I: p. 202-203; DESCAMPS 1769: p. 191). In 1672, Bellori referred to the painting at the Dominican church as one of the finest works Van Dyck produced in the style of Rubens during the time he was  his pupil. (BELLORI 1672: p. 254). For these reasons, the attribution to Van Dyck has never been in doubt.

Because this was an important set of paintings, it is remarkable that Van Dyck, then a young man of barely 18, should have been included among the leading Antwerp artists selected for the work, among them Hendrik van Balen, Rubens, Cornelis de Vos and Frans Francken. In this case, it is worth speculating on the possible influence both Rubens, because of his links with the artist, and Hendrik van Blaen, his former master. One clue as to the nature of Van Dyck’s participation may be inferred from the prices paid for the works. Only Van Balen, who was paid 216 florins for the painting, received more money than Van Dyck, whose sum of 150 florins made him better paid than established artists like De Vos and Francken. Remarkable too is the fact that the same amount was paid to Rubens and Jacob Jordaens for their contributions to the series. This raises the possibility that the paintings by Van Dyck and Jordanes, who at the time also worked for Rubens, were originally commissioned from Rubens himself, or negotiated by him, and so were allotted the same price as the one that he personally executed.

The possibility of an intitial commission from Rubens was raised by Horst VEY with regard tot an oil sketch of the same subject painted by Rubens in about 1615-16, and closely related to one of Van Dyck’s preparatory drawings. Vey supposed that the sketch had subsequently been handed over to Van Dyck along with the commission. (VEY 1962: p. 85. For the sketch by Rubens (Vienna, Academie der Bildende Künste, Gemäldegalerie, inv. no. 625), see HELD 1986: p. 474, no. 344). However Christopher BROWN has expressed doubts about this possibility because the scene in the sketch is reversed in the final painting, where it coincides with the direction taken by processions as they moved past the paintings in the church. The iconographic changes between the sketch by Rubens and the final painting by Van Dyck are also significant, especially the exclusion of Saint Veronica and the importance acquired by the figure of the Virgin. (DE POORTER in: BARNES e.a. 2004; p. 42. It has also been proposed that the whole cycle might have been produce dunde the general supervison of Rubens (VAN HOUT, 2006: p. 472). 

Datering: tussen 1615 en 1620; zie datering van de gehele Rozenkransreeks

Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA): p. 63-66:

De datering van de reeks in 1617 is niet uit archivalische documenten gekend, maar door een 19de-eeuws opschrift op de luiken die ca. 1818-24 aan het schilderij van Rubens werden toegevoegd. Stilistisch is deze datering aanvaardbaar voor alle vijftien de werken. Er wordt wel eens geopperd dat Antoon Van Dyck pas op 11 februari 1618 vrijmeester van de St.-Lucasgilde werd. Nochtans is bekend dat hij minstens sinds 1616 een eigen atelier had en voor eigen rekening opdrachten vervulde. Maar het is goed mogelijk dat de opdracht aanvankelijk aan Rubens werd toevertrouwd, en dat deze laatste ze aan Van Dyck doorgaf.

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso, The young Van Dyck, Londen, 2013: p. 149-151:

On the nineteenth-century frame of the picture that Rubens made for the cycle, The Flagellation of Christ, there is an inscription which claims that it was paintedin 1617.This inscription probably refers to earlier knowledge, thus giving an approximate date for the commission. This is perhaps too early for Van Dyck’s paintin, since he dit not become a master of the Guild of Saint Luke until 11 February 1618, and presumably was not allowed to sell pictures before that date. Christ carrying the Cross is therefore likely to have been painted shortly after the presumed date of Rubens picture.

Stijl: barok

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso, The young Van Dyck, Londen, 2013: p. 139:

Christ carrying the Cross is one of the earliest paintings by the young Anthony van Dyck, still in ‘his early Rubensian style’ to quote Giovan Pietro Bellori’s Vite of 1672, and the only one with an approximite date.

Materiaal: olieverf op paneel

Afmetingen: 214 x 163 cm.

Het werk werd aan de boven- en aan de onderzijde ongeveer 8 cm. ingekort omdat het later in de 17de eeuw op het Heilig Kruisaltaar werd gehangen.

BALaT KIK-IRPA, RKD:   

                             211 x 161,5 cm.

Inventarisnr.:

SIRJACOBS, Inventaris, dl. I, Sint-Paulus-Info, nr. 70, 2006: p. 1805, nr. E9.

DONNET: PA.029.E0009

Locatie: Voorheen aan de noordbeuk (bij de Mysteries van de Rozenkrans). Het werd later in de 17de eeuw op het Heilig Kruisaltaar gehangen.

DE WIT 1910:

Volgens DE WIT (1910: p. 57) hing in de H. Kruiskapel het origineel en op de vroegere plaats bij de Mysteries van de Rozenkrans een kopie van Van Dyck. Maar direct daarna wordt vermeld dat het originele schilderij weer in de noordbeuk zou hangen (bij de Mysteries) en dat de kopie nu in het altaar hing.

Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA):

Omtrent de iconografie van dit schilderij bestaat ook enige verwarring. Het gaat hier wel degelijk om de kruisdraging van Christus, één van de vijf droevige mysteries van het rozenkransgebed. Maar in één enkel tafereel heeft Van Dyck verschillende elementen samengebracht, zoals de val onder het kruis die zich tot drie maal toe herhaalde, de hulp van Simon van Cyrene, en de ontmoeting van Christus met Zijn moeder Maria, wegens de bij­zondere devotie die de broederschap voor de Moeder Gods koesterde.

De broederschap van de Rozenkrans werd door de Antwerpse dominicanen opgericht ter gelegen­heid van de zeeslag van Lepanto, waarbij de katho­lieke vloot op 7 oktober 1571 de zege behaalde op de Turken. Deze over­winning was te danken aan het bidden van het rozenkransgebed, een initiatief van de domi­nicanerpaus Pius V. Dit verklaart waarom de dominicanen een bijzondere voorliefde verto­nen voor de Rozenkrans, die ook in het Ant­werpse dominicanenklooster alom uitgebeeld werd: op schilderijen, beelden, reliëfs, en vooral op de lambriseringen van de biechtstoelen. De broe­derschap bestaat nog steeds, en schonk door de eeuwen heen meerdere kunstwer­ken aan de St.-Pauluskerk, onder meer vier doeken over de slag van Lepanto door Jan Peeters in 1671, en vier glas­ramen door Marc de Groot in 1971.

MANNAERTS 2014: p. 113-115:

Dit is één van de vroegste werken van Van Dyck: hij was toen nog geen twintig jaar.

[…]

Verschillende taferelen van Jezus’ kruisweg zijn hier tot één voorstelling samen­gevoegd. Jezus valt onder het kruis. Beulsknechten en een soldaat dwingen Jezus op te staan en verder te gaan. Ze trekken aan het touw om Zijn middel, porren Hem met een essenhouten stok aan en helpen de dwarsbalk van het kruis op te heffen. De ontmoeting met zijn moeder Maria. Maria’s gelaat, in profiel, is gehuld in een intens blauwe mantel – met lapis lazuli als pigment. De emotie van haar moederhart is af te lezen aan haar gespannen blik en de tranen, terwijl ze door de knieën gaat. Jezus’ blik zonder woorden, achterom opkijkend naar zijn geknielde moeder, zegt genoeg. Ten derde is er de hulp die de opgevorderde Simon van Cyrene, in opvallende helrode kledij achter Maria, aanbiedt door het kruis mee te dragen.

De lansen en hellebaarden, die opgaan in de duistere lucht van de achtergrond, versterken het contrast tussen het machtsvertoon van de gezaghebbers en het onmen­selijke verdriet van ‘moeder en kind’.

DONNET:

Negende schilderij in de reeks van de Vijftien Mysteries van de Rozenkrans, het vierde der Droeve Mysteries: De Kruisdraging van Christus. Van Dyck vat verschillende staties van Jezus’ lijdensweg samen in één voorstelling. De focus ligt op de ontmoeting tussen de gevallen Heiland en Zijn moeder. Christus bezwijkt onder de last van het kruis en kijkt naar zijn wenende moeder die naast de weg staat, en door de knieën gaat. De mantel van Maria is geschilderd met ultramarijn (lapis lazuli): het intens blauw vestigt de aandacht op Maria, die in deze schilderijencyclus vereerd wordt. Jezus kijkt achterom naar haar op. Achter Maria staat een kale man met baard, in het rood gehuld: Simon de Cyrener, die helpt Jezus het kruis terug op te nemen, door de basis ervan op te tillen. Drie beulsknechten (één met blote rug naar ons gekeerd, uiterst rechts, een touw windt zich om zijn middel en rechterarm die hij hoog heft; één, ook met ontbloot bovenlijf, trekt met beide handen aan Christus’ schouders, een derde, met grijze baard en donker gekleed, stoot met beide handen een lange en gedraaide essenhouten stok richting Jezus) én een soldaat met helm en harnas, die mee kracht zet op de stok, dwingen Christus terug op te staan en verder te gaan: ze trekken aan het touw om Zijn middel, porren Hem met de stok aan en helpen de dwarsbalk van het kruis op te heffen. De optocht trekt van links naar rechts. Op de achtergrond zien we de pieken en lansen van de begeleidende ordedienst, die zich aftekenen tegen een donkere, bewolkte lucht. Aan de horizon (midden rechts) zien we het licht van de ondergaande zon.

Aparte onderdelen van dit kunstwerk: /

Onderdeel van een groter geheel: Rozenkransreeks

A) Andere kunstwerken die dit kunstwerk hebben beïnvloed:

  • Dit kunstwerk is geïnspireerd door:

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso, The young Van Dyck, Londen, 2013: p. 151:

In any case, it is generally accepted that Rubens’s sketch, whether created specifically fort he series of the Rosary or not, was both a starting point and a source of inspiration for Van Dyck. There are details common to both compositions, such as the vivid colouring of the figures, and the use of the sticks and halbards with which Christ is beaten as a vehicle for generating expressive diagonals. The pictures also share specific motifs, such as the inclusion of an executioner who is dragging Christa long with his arm. Indeed, the prominence of this arm recalls a motif used by Rubens in a number of his compositions (There is an oil sketch of about 1609-10 in the Art Institute of Chicago showing The capture of Samson by the Philistines, where Rubens employs similar motifs (D’HULST en VANDENVEN 1989, no. 32; HELD 1980, I: p. 433, no. 313; II, fig. 310. The links between this composition and Van Dyck’s picture were pointed out in Van Gelder 1961, p. 16, though in relation to a picture on the same subjecct at the Alte Pinakothek in Munich, a piece from Rubens’s workshop painted in about 1620 on the basis of a drawing), and Van Dyck’s concern with the detail is clear from one of his preparatory drawings. There are other links between Christ carrying the Cross and Rubens. Another example is the executioner whose back is turned to the viewer. This exercise in anatomical drawing, which is similar to Van Dyck’s figure of Samson in the picture Samson and Delilah (As is put forward in the essay by Friso Lammertse and Alejandro Vergara in this publication), is based on classical sculptures like the Hermaphrodite (Rome, Galleria Borghese), known to Van Dyck through drawings by Rubens (See the drawing at the Metropolitan Museum in New York, inv. no. 1972.118.286; Jaffé 1977b, p. 81, fig. 290; Held 1986, p. 81-82, no. 38, ill. 37). The sword carried by the executioner seems to be the same one as the one used by the protagonist of Decius Mus relating his dream (Vienna, Sammlungen des Fürsten von und zu Liechtenstein) (Inv. no. GE47. See Kräftner, Seipel and Trnek 2004: p. 136, no. 30).

Together with the influence of Rubens, Van Dyck’s picture also reflects  other widely known representations of the same subject. Examples include the famous engraving by Martin Schongauer (Hollstein German, XLIX: L p. 66, no. 26) and, above all, the print by Dürer for the series of the Great Passion (See Schoch, Mende and Sherbaum 2001, II, p. 197, no. 160). The painting coincides with both these prints in the movement of the procession from left to right, the use of a female character shown in profile to close off the composition on the left, and the presence of an executioner with a similar compositional function on the right. There are also similarities in specific details, such as the way Christ’s head is turned. The bearded character in the picture, who is about to beat Christ with a stick, is performing the same action as one of the executioners in Dürer’s engraving, although he is shown facing the opposite way.

Despite all these possible influences, Van Dyck’s painting demonstrates some of the chief characteristics of his youthful manner, such as a taste for coarse character types, sinuous outlines and his interest in rendering the intensity and pathos of a story, which he was to maintain in his later work. 

  • Dit kunstwerk is gekopieerd naar: / 

B) De invloed van dit kunstwerk op andere kunstwerken:

  • Dit kunstwerk is in prent omgezet (door):

Gravure door Cornelis I Galle

O.a. Rijksmuseum: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.114242 

–         Alexander Voet, kopergravure, …

–         J. Falck

Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA): p. 63-66:

Later werd de compositie door Cornelis Galle de Oude en J. Falck in prent gebracht.

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso, The young Van Dyck, Londen, 2013: p. 149:

From very early on, the painting was reproduced in prints which identified it as the work of Van Dyck.

  • Dit kunstwerk is inspirerend voor: 

Blijkbaar genoot het schilderij appreciatie, en werkte het inspirerend voor menig schilder: 

  • Christus valt onder het kruis, anoniem, tweede kwart 17de eeuw, olieverf op paneel, 114 x 82 cm. (Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal, Antwerpen, inv. nr. 970)

bron: Inventaris Kunstpatrimonium Provincie Antwerpen, Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal, 1996, cat.nr. 970

bron: Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA): : p. 63-66.

  • Versie Jan van den Hoecke

– Schilderij of tekening Jan van den Hoecke (niet in catalogi Van Dyck; website Rijksmuseum spreekt over schilderij)

http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.338260

De Kruisdraging, Alexander Voet (1613-1689/1690) naar Jan van den Hoecke (Ioannes van Hoeck, 1611-1651), kopergravure

https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/RP-P-1908-3631

  • Bron: VLIEGHE H., Nicht Jan Boeckhorst sondern Jan van den Hoecke, Westfalen, 1990: p. 175-177.

– Grisaille naar de gravure van Alexander Voet

========

Jezus valt onder het kruis, (statie 8 van de kruisweg in zuiderbeuk), (Sint-Katelijnekerk, Mechelen)

== = = = Navolgingen nog verder te onderzoeken = = = = =

– exemplaar in StichtingTerninck, Antwerpen

  • bron: Inventaris Kunstpatrimonium Provincie Antwerpen, Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal, 1996, cat.nr. 970

– exemplaar (olieverf op doek, 96 x 76 cm.), dat zich in 1928 in de galerij Samuel Hartveld te Antwerpen bevond

  • bron: Inventaris Kunstpatrimonium Provincie Antwerpen, Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal, 1996, cat.nr. 970
  • Dit kunstwerk is gekopieerd (door):

–         Peter I Thijs (1624-1677), 1645-1677

Antoon Van Dyck anders bekeken – over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg. TOPA): p. 63-66:

Ondertussen werd voor de Rozenkranscyclus een kopie van De kruisdraging gemaakt. Deze kopie werd volgens een 18de-eeuwse beschrijving van de Antwerpse kerken door een zekere dominicaan Thijssens geschilderd. In de lijsten van de Neder-landse dominicanen komen inderdaad twee paters Thijssens voor, maar in de 18de eeuw, en zonder enige aanduiding dat zij de schilderkunst zouden beoefend hebben. De verschillende werken die aan deze – fictieve – schilder toegeschreven werden, blijken allen van de hand van Peter Thijs de Oude (1624-1677), een bekende van Dyck kopiïst, te zijn. Dit situeert alleszins het ontstaan van de kopie tussen 1645 (zijn meesterschap) en 1677 (zijn overlijden). …

Drie kopieën verschenen op de kunsthandel, maar de vraag is of één ervan te vereenzelvigen is met de kopie van Thijs. Volgens Jacob de Wit was er alleszins in de 18de eeuw een goede kopie te vinden in het Terninck-instituut.

ROBBROECKX Mark, Antoon Van Dyck en de Antwerpse Sint-Pauluskerk in Sint-Paulus-Info, nr. 67, 1999: p. 1531, noot 23:

  • een drietal andere kopieën, waarvan de kopiïsten niet gekend zijn

ARCHIEF

Archief van de Sint-Pauluskerk, register I, nr. 8-9

Antwerpsch Archievenblad 22, p. 120

Stadsarchief Antwerpen: Not. J. Placquet, nr. 2846.

Stadsarchief Antwerpen, Anoniem, Beschrijvinghe van de cloosters, autaeren, epitaphiën, schilderijen en beelden ende andere variteyten in de stadt van Antwerpen, 19e-eeuws, privilegekamer, nr. 197.

BIBLIOGRAFIE

OPGELET: indien u een andere taal gekozen hebt, zullen de titels van deze boeken en artikels helaas automatisch mee vertaald worden!
U kan zelf de bibliografie sorteren op jaartal of op auteur.

Eerst de bibliografie over het schilderij zelf

 

@Jaar

@Auteur

Referentie

1999

BAISIER Claire

Antoon van Dijck, de Kruisdraging, Sint-Pauluskerk​​ in​​ Antoon Van Dyck anders bekeken - over ‘registers en contrefeytsels, tronies en copyen’ in​​ Antwerpse kerken en kloosters, (ttst.cat.), Antwerpen, 1999 (uitg.​​ TOPA): p. 63-66.

2004

BARNES Susan J. e.a.

Van Dyck.​​ A complete catalogue of the paintings, New Haven en Londen, 2004: nr. l.25.

1971

BAUDOUIN Frans, en D' HULST, Roger-A

Rubens en​​ zijn tijd: tekeningen uit Belgische verzamelingen: tentoonstelling naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van het Rubenshuis als museum​​ (tent.cat.), Antwerpen, 1971: p. 38-39.

1672

BELLORI Gio. Pietro

Le vite de' pittori, scultori et architetti moderni,​​ Rome, 1672 (ed. 1976): p. 272.

Google-Books

1774

BERBIE Gerard

Description des principaux ouvrages de peinture et sculpture; actuellement existans dans les églises, couvens & lieux publics de la ville d'Anvers ...,​​ Antwerpen 1774: p. 68-69.

Google-Books

1765

 

Beschryvinge der bezonderste werken van de schilder-konste ende beeldhouwerye, nu ter tyd zynde in de kerken, kloosters, ende openbaere plaetsen der stad Antwerpen, in het licht gegeêven tot profijt der Reyzers. Op nieuws overzien, verbetert ende​​ vermeerdert, Antwerpen (drukker BERBIE Gerardus), 1765: p. 74.

Google-books

1981

BOGAERTS, A.M.

Repertorium der dominicanen in de Nederlanden I: Antwerpen- Lier​​ in​​ Bouwstoffen voor de geschiedenis der dominicanen in de Nederlanden, nr. 19, Leuven; 1981: p. 326-327.

1899

BREDIUS Abraham

De Van Dyck-tentoonstelling,​​ Den Haag, 1899: p. 3-4.

1999

BROWN Christopher

De kruisdraging​​ in BROWN Christopher en VLIEGHE Hans,​​ Van Dyck 1599-1641, (ttst.cat., Antwerpen en Londen), Gent, Amsterdam, 1999: p. 104-107.

1982

BROWN Christopher

Van Dyck, Oxford, 1982: p. 40.

1991

BROWN Christopher

Van Dyck. Tekeningen, tent. cat. New York 1999, vertaald uit het Engels, Mercatorfonds Antwerpen, 1991: p. 48-59.

1906

CUST L.

Anthony van Dyck​​ in​​ Great masters in painting and sculpture,​​ Londen, 1906: p. 14.

1900

CUST Lionel

Anthony van Dyck: an historical study of his life and works, Londen, 1900: p. 11, 233, nr. 5.

1783

DE GOMICOURT Derival

Le voyageur dans les Pays-Bas Autrichiens, ou Lettres Sur l'état actuel de ces Pays, dl.​​ III (eerste helft), Amsterdam, 1783: p. 430-431.

Google-Books

1991

DE PAUW Carl

Antoon Van Dyck. De kruisdraging​​ in​​ Antoon Van Dyck (1599-1641) & Antwerpen, ttst.cat., Antwerpen, 1991: p. 152-153.

1999

DE PAUW Carl en LEMAN Steven

Anton van Dyck, Graphiken Andernacher Beiträge, 14, Andernach 1999 (n.a.v. 20 jaar verbroedering met Ekeren): p. 56-57.​​ 

1910

DE WIT​​ Jacobus, DE BOSSCHERE J.

De kerken van Antwerpen. Schilderijen, beeldhouwwerken, geschilderde glasramen, enz., in de XVIIIe eeuw beschreven door Jacobus de Wit. Met aantekeningen door J. De Bosschere en grondplannen,​​ Antwerpen, 1910: p. 57, 148.

1934

DELACRE Maurice

Le dessin dans l’oeuvre de Van Dyck, Mémoire de l’Académie Royale de Belgique. Classe des Beaux-Arts, Brussel, 1934: p. 90-111.

1938

DELEN A.J.J.

Catalogue des dessins anciens. Ecoles flamande et hollandaise, Brussel, 1938: p. 106.

1931

DELEN Ary J.J.

Un dessin inconnu d'Antoine van Dyck​​ in​​ Revue belge d’Archéologie et d’Histoire de l’ art,​​ I, Brussel, juli 1931: p. 193-199.

1753

DESCAMPS Jean Baptiste

La vie des peintres flamands, allemands et hollandais,​​ Parijs, 1753: p. 23.

1769

DESCAMPS Jean Baptiste

Voyage pittoresque de la Flandre et du Brabant avec des réflexions relativement aux arts & quelques gravures, Parijs, 1769: p. 191, 202.

Google-Books

1960

D'HULST Roger-Adolf en VEY Horst

Antoon van Dyck: Tekeningen en olieverfschetsen​​ (tentoonstelling Antwerpen, Rubenshuis, 01.07 - 31.08.1960; Rotterdam, Museum Boijmans van Beuningen, 10.09 - 06.11.1960), Antwerpen, 1960: p. 42-47.

1909

DIMIER L.

Reynolds discours sur la peinture et voyages pittoresques,​​ Parijs; 1909: p. 386.

1899

FIERENS-GEVAERT A.

Hommage à Van Dyck. La technique de Van Dyck, Antwerpen, 1899: p. 61.

2013

FLOOR Maaike

Sint-Pauluskerk. Paneel Van Dyck is weer thuis. Kruisafdraging hing vijf maanden in Museo del Prado in Madrid, in​​ Gazet Van Antwerpen, 9 april​​ 2013.

1873

GÉNARD P.

Verzameling der graf- en gedenkschriften van de provincie Antwerpen,​​ dl.​​ V, 1873: p. 100, 112, 119, 147, 150, 184.

1931

GLÜCK Gustav

Van Dyck: des Meisters Gemälde​​ (Klassiker der Kunst, XIII), Stuttgart-Berlijn, 1931: p. 518, nr. 11

1882

GUIFFREY Jules

Antoine Van Dyck: sa vie et son oeuvre, Parijs, 1882: p. 15-16 en nr. 101.

1991

HELLEMANS Marijke

Tentoonstelling in Stedelijk prentenkabinet. Rondom Rubens. Tekeningen en prenten uit eigen verzameling​​ in​​ Stad Antwerpen.​​ Cultureel Jaarboek, 1991: p. 49-50.​​ 

s.d.

HOLLSTEIN

Hollstein’s Dutch and Flemish etchings, engravings and woodcuts ca. 1450-1700,​​ dl. 6, Amsterdam, z.d.: p. 114, nr. 204 en 225.

1979

JANSEN Jaak

Fotorepertorium van het meubilair van de​​ Belgische bedehuizen. Provincie Antwerpen, Kanton Antwerpen V en VI,​​ Brussel-Antwerpen, 1979: p. 107-108.

1971

JANSSENS Aloïs

Sint-Pauluskerk te Antwerpen en haar kunstbezit, 1971: p. 101.

1971

JANSSENS Aloïs

Sint-Pauluskerk te Antwerpen en haar​​ kunstbezit, Antwerpen, 1971: p. 101.

1939

KNIPPING B.

De iconografie van de Contra-Reformatie in de Nederlanden,​​ I, Hilverssum, 1939-1940: p. 280.

1828

KUNSTLE K.

Ikonographie der christlichen Kunst, I, Freiburg i. Br., 1928: p. 443, 445.

1975

LARSEN Erik

La vie, les ouvrages et les élèves de Van Dyck. Manuscrit inédit des archives de Louvre. Par un auteur anonyme, 1769/91, (Académie Royale de Belgique, Mémoires de la classe des Beaux-Arts, 2e​​ série, XIV), Brussel, 1975: p. 48.

1980

LARSEN Erik

Alle​​ tot nu toe bekende schilderijen van Van Dyck,​​ Lekturama, Rotterdam, 1980: nr. 252.

1988

LARSEN Erik

The Paintings of Anthony van Dyck, Freren, 1988: p. 113, nr. 269.

2014

MANNAERTS Rudi

Sint-Paulus.​​ De Antwerpse dominicanenkerk, Antwerpen, 2014: p. 113-115.

2008

MANNAERTS Rudi

Sint-Pauluskerk te Antwerpen, Antwerpen 2008: p. 22.

1851

MARIETTE Pierre-Jean

Abecedario de P.J. Mariette et autres notes inédites de cet amateur sur les arts et les artistes. Ouvrage publié d’après le manuscripts autographes, conservés au Cabinet des Estampes de la Bibliothèque Imperiale,​​ ed. Philippe de Chennevières en Anatole de Montaiglon, Parijs, 1851-60: dl. II: p. 181.

Google-Books

1979

MARTIN John Rupert en FEIGENBAUM Gail

Van Dyck as religious artist,​​ tent.​​ cat. Princeton, University Art Museum, Princeton, 1979: p. 38.

1763

MENSAERT G.P.

Le peintre amateur et curieux ou description générale des tableaux des plus habiles maîtres, qui font l'ornement des églises, couvents, abbayes, prieurés & cabinets particuliers dans l'étendue des Pay-Bas Autrichiens: ouvrage tres-utile, Brussel, 1763: p. 200-202.

Google-Books

1994

MOIR Alfred

Anthony Van Dyck, New York, 1994: p. 11-12.

1987

PERSOONS Guido

Zeventiende eeuwse Kerstnacht (naar P.P. Rubens) door Peter Thijs de Oude​​ (atelier?) met glans hersteld​​ in​​ Sint-Paulus-Info;​​ 1987: p. 421-425.

1950

PUYVELDE Léo

Van Dyck, Brussel, 1950: p. 123-124.

1957

RÉAU Louis

Iconographie de l’art chétien, II, II: Nouveau testament,​​ Parijs, 1957: p. 463-464.

1996

REYNOLDS Sir​​ Joshua

A journey to Flanders and Holland, uitg. Harry Mount, Cambridge, 1996: p. 53.

1999

ROBBROECKX Mark

Antoon Van Dyck en de Antwerpse Sint-Pauluskerk​​ in​​ Sint-Paulus-Info, nr. 67, 1999: p. 1530-1533.

1972

ROBBROECKX Mark

De vijftien​​ rozenkransschilderijen van de Sint-Pauluskerk te Antwerpen, onuitg. Lic. Verhandeling, Rijksuniversiteit Gent, 1972: p. 17-18, 28-29, 86-92.

1906

ROOSES M.

Jordaens. Leven en werken, Amsterdam-Antwerpen, 1906: p. 10 (documenten i.v.m. de opdracht).

1905

ROOSES Max

Rubens' Leben und Werke,​​ Stuttgart, 1905: p. 316.

1900

ROOSES Max

Vijftig meesterwerken van Antoon Van Dyck in photogravure afgebeeld naar de schilderijen tentoongesteld te Antwerpen in 1899: beschreven, historisch toegelicht en met eene levensschets van den kunstenaar voorzien,​​ Antwerpen, 1900: p. 2-3.​​ 

1928

ROSENBAUM Heinrich

Der junge Van Dyck (1615-21), München, 1928: p. 52-53.

1909

SCHAEFFER E.

Van Dyck. Des Meisters Gemälde​​ (Klassiker der Kunst, XIII),​​ Stuttgart-Leipzig, 1909: p. 496, nr. 17.

1993

SIRJACOBS Raymond en COOLEN Guido

Antwerpen Sint-Pauluskerk: de Vijftien Mysteries van de Rozenkrans, Antwerpen, 1993: p. 38.​​ 

2004

SIRJACOBS Raymond

Antwerpen Sint-Pauluskerk. Rubens en de Mysteries van de Rozenkrans,​​ Boechout, 2004 (?): p. 58.

1999

SIRJACOBS Raymond

Sint-Paulus-Info, nr. 67,​​ Jaarboek 1999​​ (n.a.v. internationaal Van Dyckjaar): p. 1530-1533.

1999

SIRJACOBS Raymond

Sint-Pauluskerk Antwerpen, Antwerpen, 1999: 36 en 178.

2001

SIRJACOBS Raymond

Sint-Pauluskerk Antwerpen. Historische gids, 2de​​ herw. uitg., Boechout, 2001: p. 44-45.

1829

SMITH John

A catalogue raisonné of the works of the most eminent Dutch, Flemish and French painters,​​ Londen, 1829: p.​​ 111, nr. 408.

Google-Books

1900

UPMARK G.

Ein besuch in Holland (1687) aus den Reiseschilderungen des schwedischen Architecten Nicodemis Tessin d.j.:​​ p. 204.

1883

VAN DEN BRANDEN F. Jos

Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool, Antwerpen, 1883: p. 700.

1943

VAN DEN​​ WIJNGAERT Frank

Antoon Van Dyck, Antwerpen, 1943: p. 25-26.

1771

VAN DER SANDEN Jacob

Oud Konst-toneel van Antwerpen, Antwerpen, 1771, dl. 2

1949

KMSKA

Van Dyck Tentoonstelling,​​ tent.cat. Antwerpen Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen, 1949: p. nr. 1.

1961

VAN GELDER J.G.

Van Dycks Kruisdraging in de St.-Pauluskerk te Antwerpen​​ in​​ Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. Bulletin 1-2​​ (1961): p. 3-18.

2006

VAN HOUT Nico

Schilderkunstige kanttekeningen bij de Rozenkransreeks in de Sint-Pauluskerk te Antwerpen​​ in​​ Munuscula amicorum.​​ Contributions on Rubens and his Colleagues in Honour of VLIEGHE Hans, K. Van der Stighelen (ed.), 2006: p. 458-461.

1949

VAN PUYVELDE Leo

L'atelier et les collaborateurs de Rubens,​​ Brussel, 1949: p. 248-249.​​ 

1933

VAN​​ PUYVELDE Leo

Les débuts de Van Dyck, Brussel, 1933: p. 5.

2013

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso

The young Van Dyck,​​ Londen, 2013: p. 149-151.

1962

VEY Horst

Die Zeichnungen Anton Van Dycks, Brussel, 1962: p. 4, 59, 79-87, 148-149, nr. 7-15.

1958

VEY Horst

Van-Dyck-Studien,​​ Keulen, 1958: p. 11-35.

1971

VLIEGHE H.

Het verslag over de toestand van de in 1815 uit Frankrijk naar Antwerpen teruggekeerde schilderijen​​ in​​ Jaarboek KMSKA,​​ 1971: p. 281.

1906

VON BODE Wilhelm

Rembrandt und seine​​ Zeitgenossen, Leipzig, 1906: p. 261.

1984

WUYTS Leo

De vijftien schilderijen van de Rozenkrans, nr. 9 De Kruisdraging​​ in​​ Sint-Paulus-Info, jg. 2, nr. 18, 1984: p. 118.

 

En hier de algemene bibliografie over de voorstudies

 

@Jaar

@Auteur

Referentie

1672

BELLORI Gio. Pietro

Le vite de' pittori, scultori et architetti moderni, Rome, 1672 (ed. 1976): p. 254.

Google-Books

1921

OLDENBOURG Rudolf en ROSENBERG Adolf

P. P. Rubens: des Meisters Gemälde in 538 Abbildungen,​​ Stuttgart, 1921: p. 419.

1931

GLÜCK Gustav

Van Dyck: des Meisters Gemälde in 571 Abbildungen, Stuttgard, 1931: p.​​ 11.

1979

 

Tentoonstellingscatalogus Princeton 1979: p. 38-39.

1980

HELD Julius Samuel

Oil sketches of Peter Paul Rubens: A Critical Catalogue, 1980, New Yersey:​​ I, 473, nr. 344, nr. 345.

1990

TERÉZ GERSZI

in​​ Da Leonardo a Rembrandt, disegni della​​ Biblioteca Reale, Turijn 1990: nr. 140.

2013

VERGARA Alejandro en LAMMERTSE Friso

The young Van Dyck,​​ Londen, 2013: p. 138-148.

 

De bibliografie over de afzonderlijke voorstudies staat telkens op de pagina van die voorstudie, te benaderen via de​​ pagina​​ geschiedenis van het object

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »